Roodkapje
Mijn constante compagnon de laatste dagen is een zakdoek. Een grote rode zakdoek.
Zo eentje waar ik vroeger toen ik heel klein was Roodkapje mee speelde, waarbij mijn moeder de zakdoek heel strak met de uiterste puntjes onder mijn kin moest knopen, omdat hij anders niet om mijn hoofd paste. Gek genoeg heeft de zakdoek in al die jaren zelden dienst gedaan als zakdoek.
Wel als roodkapjes mutsje, koud compres of dweil.
Tijdens het uitpakken van de verhuisdozen vond ik mijn rode zakdoek terug en was weer even 5 jaar, met een rode zakdoek om mijn hoofd en een stijve nek van het vastknopen Roodkapje aan het spelen.
Vorige week bij het opvouwen van de was kwam ik hem weer tegen, en op dat moment viel ons kleine poeslief in de sloot tijdens een strubbeling met een buurkat.
Terwijl ik naar buiten rende, klaar voor een duik in de sloot, kwam poeslief boven water en kroop op de kant. Om daarna een sprint naar binnen te trekken en zich onder de bank te verstoppen.
Geen tijd om een handdoek te pakken, stel dat poeslief het hele huis zou besmeuren met de slootlucht,omdat ik even niet op de goede plek was.
Toen ze er onder vandaan kwam, waren daar mijn grote rode zakdoek en ik, klaar om haar erin te rollen en goed droog te wrijven.
Nu de bacillen van een virus mij te pakken hebben, bovenop de hooikoorts, zijn mijn kleine zakdoeken niet troostend genoeg. De rode zakdoek kon van het wasrek zo naar zijn echte werk, zakdoek zijn.
En terwijl ik met de zakdoek tegen mijn hoofd lig te sluimeren zie ik ineens weer voor me waar het mee begon : Roodkapje.
Soms is het even lekker om je weer kind te voelen.
